In de vorige bezinningen maakten we al kennis met het 9e eeuwse gedicht de Heliand dat werd geschreven om de Saksen te helpen bekeren tot het christendom. Om voor de Saksen het evangelie begrijpelijk te maken, werd er een gedicht geschreven dat Christus als een soort held van het oude heldendicht presenteerde. Deze keer kijken we naar typische begrippen die niet bijbels zijn, maar toch hun weg naar de Heliand hebben gevonden. In de Heliand stuiten we hier en daar nog op voorchristelijke begrippen. Er is één macht uit de oude voorstellingswereld die in de Heliand zijn positie nog niet verloren heeft en dat is het lot. Verwijzingen naar het lot vinden we vooral bij geboorte en dood. De aanwezigheid van een macht die beschikt over begin en einde van het leven is wellicht een overblijfsel van een voorchristelijk noodlotsbesef. Eén van de woorden waarmee de dichter het lot aanduidt is Wurd. Of de dichter van de Heliand Wurd ook als een persoon zag, is niet duidelijk, maar Wurd is wel als macht aanwezig en staat soms zelfs op hetzelfde plan als God: zo bepalen zowel de beschikking van het lot als de macht van God het moment waarop Christus wordt geboren. Ook lezen we in de Heliand in verband met oude Anna in de tempel het begrip Wurd terug. “Na haar meisjesjaren, toen zij aan de man kwam En bij hem haar intrek nam, deze edele vrouw, Mocht ze met haar bruidegom zijn boedel beheren, Zeven winters. Hoor nu hoe zorg hun deel werd: Gescheiden werden ze van elkaar, zoals beschikt door de macht, de wreedheid van Wurd”. |
|
Read more...
|